Algemeen
Boekwerk Programmabegroting
Deze begroting kent een indeling in 6 programma’s: 1) Sociaal domein, 2) Onderwijs en ontplooiing, 3) Economie en duurzaamheid, 4) Openbare ruimte, 5) Ruimtelijke ontwikkeling en 6) Bestuur, bevolking en veiligheid. Deze indeling is niet gewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren en geldt als leidraad voor deze bestuursperiode. Ieder programma kent een beleidsinhoudelijke uitwerking en een financiële uitwerking. Het vervolg van deze leeswijzer geeft een nadere uitleg bij de opzet van deze programma’s.
Na de programma’s volgen de onderdelen 7) Bedrijfsvoering en 8) Algemene Dekkingsmiddelen”. De programma’s met deze twee onderdelen omvatten samen de totale gemeentelijke lasten en baten die de gemeenteraad autoriseert. Een recapitulatie staat opgenomen voorafgaand aan programma 1.
Na het overzicht algemene dekkingsmiddelen volgen wettelijk voorgeschreven paragrafen die thematisch inzicht geven in bepaalde onderwerpen, c.q. vanuit een bepaalde invalshoek een overzicht bieden. Concreet betreft dit lokale heffingen, weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, bedrijfsvoering, verbonden partijen, grondbeleid en financiering.
Aan het slot van het boekwerk zijn diverse bijlagen opgenomen met achterliggende detailinformatie.
Ten opzichte van het vorige begrotingsboek, de Programmabegroting 2024, bevat de nu voorliggende Programmabegroting 2025:
- De besluitvorming via de behandeling van de Perspectiefnota 2025 in de raadsvergadering van 17 juli 2024;
- Besluitvorming met gevolgen voor de begroting 2025 via overige aparte raadsbesluiten.
Inhoudelijke uitwerking
Programmaplan
Algemeen deel per programma (inleiding en indicatoren)
Ieder programma begint met een inleiding, gevolgd door een overzicht van indicatoren. In de tabellen met de indicatoren zijn zoveel mogelijk de meest recente cijfers ingevuld. Deze zijn niet altijd beschikbaar, ofwel omdat ze niet gereed zijn, ofwel omdat er in dat jaar geen onderzoek is geweest.
Indicatoren met de bron BBV komen uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) van 5 maart 2016 (Stb. 101). Gemeenten zijn gehouden om in de programma’s in de begroting en in het jaarverslag, de maatschappelijke effecten die met de verschillende programma’s worden beoogd of gerealiseerd, toe te lichten aan de hand van beleidsindicatoren.
Thema’s
De programma’s omvatten meerdere beleidsterreinen. Na het algemeen deel is de verdere inhoudelijke uitwerking gesplitst in verschillende thema’s. Per thema komen aan de orde de doelstellingen, actuele beleidsontwikkelingen en actuele bestuurlijke actiepunten. Als de actie “uitvoering” betreft, vindt de uitvoering doorlopend gedurende het jaar plaats. Daar waar sprake is van besluitvorming door college of raad staat in de kolom planning vermeld wanneer dit verwacht wordt.
Verbonden partijen & Subsidies
Als op een programma sprake is van relevante verbonden partijen, dan worden deze expliciet vermeld. Uitvoeriger informatie over deze verbonden partijen staat in een aparte paragraaf. Een overzicht van gesubsidieerde instellingen met de geraamde subsidies en de gemeentelijke jaarhuren (voor zover van toepassing) staan per programma gespecificeerd in een aparte bijlage. In het overzicht van subsidies staan bedragen vermeld van minimaal € 100.000 waarbij huursubsidie geen onderdeel vormt van dit bedrag.
Bijlagen
In de bijlagen staan onder andere een overzicht van de geldende kaderstellende beleidsnota’s, de bestuurlijke planning (raads- en collegebesluiten; bestuurlijke afspraken) en een overzicht duurzaamheidheidsopgave.
Financiële uitwerking
Na de beleidsinhoudelijke informatie volgt de financiële uitwerking. Dit geeft invulling aan het budgetrecht van de raad. De door de raad te autoriseren budgetten per programma op het niveau van lasten, baten en saldo zijn opgenomen in een totaaloverzicht dat voorafgaat aan de programmaformulieren. Een nadere specificatie met toelichting is opgenomen in een financieel overzicht per programma. Voor Amstelveen geldt (net als in de jaarstukken) een verantwoordingsgrens van € 100.000.
Financieel overzicht per programma
Het financieel overzicht per programma is opgebouwd uit taakvelden. Deze indeling sluit aan bij het BBV-voorschrift, dat alle gemeenten in ieder geval een specificatie van lasten en baten naar gestandaardiseerde taakvelden “opleveren”.
Naast de ramingen 2025, gesplitst naar lasten, baten en saldo staan de saldi vermeld voor 2023 (rekening) en 2024 (begroting), alsmede voor het meerjarig perspectief 2026-2028. De saldi 2024 in dit overzicht zijn opgenomen conform het boekwerk Programmabegroting 2024, zoals vastgesteld in de begrotingsraad van november 2023.
Het subtotaal per programma omvat de volle omvang van verwachte uitgaven en inkomsten en sluit aan op de door de raad te autoriseren budgetten. Daarna wordt zichtbaar gemaakt welke bedragen aan de reserves worden toegevoegd of onttrokken.
Toelichting verwerkte mutatie (ontwikkeling programmasaldo)
Onder het financieel overzicht staat een verklaring van het verschil tussen de meerjarige programmasaldi in het vorige begrotingsboek (2024) en het nieuwe begrotingsboek (2025). Deze toelichting volgt de momenten van bestuurlijke besluitvorming en specificeert de afzonderlijke vormen van besluiten.
Naast de uitwerking van nieuwe bestuurlijke besluiten bevat de begroting veel administratieve aanpassingen, die voortvloeien uit de toepassing van de geldende begrotingsuitgangspunten, wettelijke voorschriften en budgettair neutrale verschuivingen zonder inhoudelijke consequenties. Dit betreft met name de nominale ontwikkeling, de herberekening van de kapitaallasten en de kostenverantwoording en -toerekening conform het BBV.
Overig
De begroting bevat veel overzichten waarin saldi en/of mutaties worden vermeld.
Als regel geldt dan:
Positieve bedragen | -> extra middelenbeslag | = tekort/tekortverhoging |
---|---|---|
Negatieve bedragen | -> minder middelenbeslag | = overschot/tekortverlaging |